Nieuws
Kwaliteit en veiligheid in de zorg
Meer weten?
Achten voor kwaliteit en veiligheid. Dan denk je: wauw, wat doen ze het goed
Twee jaar geleden trad Nel Kruit (67) toe tot de Raad van Toezicht. Ze brengt een schat aan ervaring mee uit verschillende hoeken van de zorg: als directeur sociaal werk in Stadskanaal, manager jeugdzorg bij Elker en directeur van een koepelorganisatie voor peuterspeelzalen. ‘Ik ben altijd in ontwikkeling gebleven,’ vertelt Nel. ‘Als enig meisje tussen de jongens op een boerderij leerde ik vroeg voor mezelf opkomen. Die drijfveer – iedereen gelijke kansen gunnen – is nooit weggegaan.’
Die overtuiging kleurt ook haar visie op jeugdzorg. ‘Te vaak richten behandelingen zich alleen op het gedrag van het kind, terwijl de oorzaak in het gezinssysteem ligt. Wat ik heb geleerd: kinderen vormen de sleutel. Wanneer ouders defensief reageren op vragen over hun eigen rol, kun je via het kind vaak een opening vinden. Het kind is de brug naar de ouders.’
De rol van toezichthouder
‘We zijn met z’n drieën een kleine Raad’, vertrelt Nel. ‘Ongeveer zes keer per jaar komen we samen om te kijken naar de organisatie in brede zin: personeel, tevredenheid van medewerkers en klanten, financiën, opdrachtgevers en ontwikkelingen in het werkveld. Onze taak is de organisatie toekomstbestendig te houden, met aandacht voor governance, structuur, financiële gezondheid en de relatie met opdrachtgevers.’
Wat Nel vooral aanspreekt, is de werkwijze van Community Support. ‘Netwerkversterkend werken, mensen in hun eigen kracht zetten: de principes zijn inmiddels bekend. Maar het verschil zit in de consequente toepassing. Medewerkers houden elkaar scherp, spreken elkaar aan op de werkwijze en blijven met elkaar in gesprek. Dat is wat mij motiveert om in de Raad van Toezicht te zitten.’
Cijfers die spreken
‘Als je kijkt naar de medewerkerstevredenheid waarin thema’s als kwaliteit en veiligheid staan, worden daar dikke achten gescoord. En als je ziet hoe weinig verzuim er is en betrekkelijk weinig verloop, dat zijn graadmeters waardoor je als Raad van Toezicht denkt: wauw, wat doen ze het goed.’ Maar Nel raakt vooral enthousiast over de cultuur. Het kleinschalige, het persoonlijke contact, de openheid. ‘Als je van medewerkers vraagt transparant te zijn naar klanten, door het delen van dossiers en open te communiceren, dan moet je als management hetzelfde voorleven naar je medewerkers. Dat zie je terug bij Community Support. En er is heel weinig overhead. Daar mogen ze echt trots op zijn. Als je al je middelen inzet voor de werkvloer, vraagt dat wat van een organisatie: een mentaliteit van aanpakken en doorzetten. Het is echt ondernemen.’
De kunst van het loslaten
Een kernprincipe bij Community Support: medewerkers starten elk traject met het besef dat ze tijdelijk zijn. Het gezin moet het uiteindelijk, met het eigen netwerk, zelf kunnen. ‘De gemiddelde begeleiding duurt zo’n twee jaar,’ vertelt Nel. ‘Medewerkers komen in moeilijke gezinnen met ingewikkelde casussen. De start is vaak intensief, daarna bouw je af. Maar de kunst is durven loslaten. Want het is nooit helemaal klaar.’ Ze lacht. ‘Maar dat zijn we geen van allen. Daar wordt echt op gecoacht.’
‘Jezelf niet te belangrijk maken en weten dat je jezelf overbodig moet maken: dat klinkt simpeler dan het is. Als manager herken ik die reflex: zodra er een probleem is, wil je het oplossen. Maar de kunst is die neiging te weerstaan en de oplossing bij de ander te laten. Hen helpen hun eigen oplossing te vinden, want dat beklijft.’
Daarom wordt in werkbegeleiding kritisch gekeken: waarom ben je nog in dit gezin? Zijn dit jouw doelen of die van het gezin? Moet jij dit doen of kan iemand anders dat? ‘Door het gezin centraal te zetten, werk je aan zelfstandigheid. Dat vraagt grote autonomie van medewerkers, maar wel vanuit diezelfde filosofie: zelfredzaamheid.’
Maar de kunst is het loslaten. Het is namelijk nooit klaar. Maar dat zijn we geen van allen.
Uitdagingen in een complex veld
Nel is realistisch over de complexiteit van het werk. ‘Elke gemeente organiseert de jeugdhulp anders: wie verwijst, hoe het netwerk eruitziet. Als medewerker moet je per gemeente weten: waar moet ik zijn? Bij het Centrum voor Jeugd en Gezin of bij een gebiedsteam? Dat vraagt voortdurend lokale kennis en alertheid.’
Voor de Raad van Toezicht speelt ook het vraagstuk van schaalgrootte. ‘Inhoudelijk heeft Community Support een goede omvang. Maar grote organisaties zijn nu eenmaal gemakkelijker zichtbaar in al die gemeenten. Tegelijk zoeken we naar het omslagpunt: wanneer word je te veel organisatie en verlies je die persoonlijke touch? Wat is nog een behapbare “wij-kennen-elkaar”-schaal? Dat spanningsveld houden we als Raad nauwlettend in de gaten.’
Consequent in de praktijk
De resultaten spreken volgens Nel voor zich. ‘We zien de medewerkerstevredenheid en klanttevredenheid nauwgezet. We ontvangen de verslagen van de cliëntenraad. Verloop en verzuim zijn onze indicatoren. En die laten zien: ze doen het geweldig.’

